Inleiding
In de westerse wereld hebben we al ruim 200 jaar vaccinatie achter de rug. Het begon allemaal met pokken. Edward Jenner, (1749-1823) wordt beschouwd als de grondlegger van het vaccineren. Het kraspennetje dat jaren voor het vaccineren werd gebruikt is ook naar hem genoemd. In de laatste 100 jaar kon er geleidelijk tegen steeds meer ziekten worden gevaccineerd. Wereldwijd sterven er jaarlijks meer dan 140 miljoen mensen aan infectie- of paracitaire ziekten. Veel infectieziekten zijn te voorkomen, bijvoorbeeld door een tijdige vaccinatie.
Wat zijn vaccins
Vaccins zijn stoffen die het immuunsysteem activeren en zo de weerstand tegen bepaalde ziekten verhogen. In Nederland worden kinderen tegen 9 besmettelijke ziekten ingeënt, sommigen zelfs tegen 10. Het Nederlandse Rijksvaccinatieprogramma heeft zo bij veel mensen ziekte voorkomen.
Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP)
Het Rijksvaccinatieprogramma is in 1957 van start gegaan met het DKT-vaccin tegen difterie, kinkhoest en tetanus. Tegen polio werd daarnaast afzonderlijk gevaccineerd. In de loop der jaren kwamen steeds meer vaccins beschikbaar (Mazelen, Rode hond, bof, Hepatitis e.a). Door de sterk veranderde samenstelling van de bevolking (Allochtonen, vluchtelingen, asielzoekers e.a.) is het RVP de laatste jaren sterk veranderd. De samenstelling van het rijksvaccinatieprogramma wordt jaarlijks door de Inspectie en het ministerie voor de volksgezondheid vastgesteld.
Landelijk e Coördinatiestructuur voor de Infectieziektebestrijding (LCI)
Nederland kent sinds 1 juni 1995 een Landelijk e Coördinatiestructuur voor de Infectieziektebestrijding (LCI). Het LCI is in 2002 ondergebracht bij de GGD in Utrecht. De LCI heeft de volgende taken:
· Het maken van landelijke protocollen inzake infectieziektebestrijding,
· Het fungeren als crisiscentrum bij de (dreiging van) een epidemie.
· Het geven van advies inzake infectieziektebestrijding.
· Het signaleren van inhoudelijke en organisatorische problemen en knelpunten.
Soorten vaccins
Alle vaccins gaan uit van het micro-organisme dat de verwekker is van een ziekte waartegen het vaccin bescherming moet bieden. Vaccins kunnen in twee grote groepen worden onderverdeeld:
1. Geïnactiveerde of dode vaccins
2. Levende vaccins
De geïnactiveerde of dode vaccins kunnen op verschillende manieren worden geproduceerd. Kenmerkend is dat de werkzaamheid (immunogeniciteit) door de bewerking is afgenomen. Door het toevoegen van bepaalde stoffen (adjuvans) neemt deze werkzaamheid weer toe.
Levende vaccins: Deze micro-organismen zijn wel levend maar niet zo sterk werkzaam als de natuurlijke ziekte verwekker.
- vaccinaties tegen infectieziekten.
Tegen vele infectieziekten zijn vaccins in ontwikkeling, waarbij vaak geavanceerde biotechnologische methoden worden gebruikt. Het RIVM heeft hierover in 2000 een overzichtsrapport uitgebracht dat momenteel door de Gezondheidsraad wordt beoordeeld. (Van der Zeijst BAM, Dijkman MI, Kramers PGN, Luytjes W, Rümke HC, Welte R. Naar een vaccinatieprogramma voor Nederland in de 21ste eeuw. RIVM rapport 000001.001. Bilthoven, september 2000)
- vaccinaties tegen verslaving:
meerdere universitaire onderzoeksgroepen en bedrijven houden zich bezig met de ontwikkeling van vaccins tegen nicotine, en cocaine. De vaccinatie opgewekte antistoffen binden de farmacologisch aktieve stof zodat deze de receptoren in de hersenen niet bereikt, waardoor ze niet meer het door velen gewaardeerde prettige gevoel geven.
- vaccinaties tegen hoog cholesterol en hart-vaatziekten:
Door immunisatie wordt de balans tussen HDL en LDL gunstig beïnvloed. Het ontstaan van hart-vaatziekten is mogelijk geassocieerd met infecties. Tegen de verantwoordelijke micro-organismen kunnen vaccins ontwikkeld worden.
- vaccinaties tegen bepaalde vormen van kanker:
Het eerste voorbeeld is hier de vaccinatie tegen hepatitis B. Deze infectieziekte kan uiteindelijk tot leverkanker leiden. Momenteel worden vaccins ontwikkeld tegen baarmoederhalskanker (geassocieerd met humaan papilloma virus; HPV), bepaalde vormen van leukemie, en darmkanker. Deze laatste kunnen worden gegeven aan personen met verhoogd risiko hierop, en mogelijk een behandeling ondersteunen. Met name het vaccin tegen HPV wordt over enkele jaren verwacht.
- Vaccinaties tegen Alzheimer:
De idee hierbij is dat immuniteit tegen één van de componenten van amyloide plaques wordt opgewekt, waardoor de vorming van nieuwe plaques wordt voorkomen. Gemeld dient te worden dat de waarde hiervan nog moet worden bewezen.
Stimuleren van onderzoek
De DVG vraagt de overheid deze ontwikkelingen te volgen en te stimuleren, bijvoorbeeld door economische facilitering van onderzoeksgroepen of bedrijven die zich met dergelijke nieuwe biotechnologische producten gaan bezighouden of dit reeds doen. Zeker in de Verenigde Staten wordt, onder meer in verband met het bioterrorisme, fors geïnvesteerd in de stimulering van innovatieve vaccin-ontwikkeling. Nederland blijft hierbij achter